Nieuwe voogdijwet houdt meer rekening met
minderjarige
Alleen nog voogdij bij overlijden van beide ouders
De voogdij valt alleen nog open als beide ouders
overleden zijn.
Dat staat in de voogdijwet die de Senaat op 29/03/2001 goedkeurde.
De wet schaft ook de familieraad af en kent de vrederechter een grotere rol
toe.
De minderjarige wordt nauwer betrokken bij de organisatie en werking van de
voogdij.
Volgens de oude regeling, waarvan vele bepalingen niet meer gewijzigd waren sedert de invoering van de Code Napoléon, viel de voogdij open als een van de beide ouders stierf. De overblijvende ouder werd aangewezen als voogd en werd gecontroleerd door de familieraad. Die bestond uit zes personen: drie aan moeders- en drie aan vaderszijde onder het voorzitterschap van de vrederechter. Volgens de wetgever was het vooral te doen om het familievermogen in stand te houden, voogdij werd hoofdzakelijk beschouwd als goederenbeheer.
De nieuwe wet houdt meer rekening met de minderjarige. Omdat het gezinsleven zich doorgaans beperkt tot het kerngezin en het familievermogen als economische basis van het gezin aan belang heeft ingeboet, is de familieraad afgeschaft. De vrederechter wordt de organisator en de controleur van de voogdij. Omdat de voogdij alleen nog openvalt bij het overlijden van beide ouders, daalt het aantal voogdijen aanzienlijk en kan hij meer tijd besteden aan elke voogdij afzonderlijk.
De vrederechter wijst de voogd aan.Hij houdt rekening met de voorkeur die de ouders hebben bepaald in hun testament of verklaard voor de vrederechter of een notaris. Als de ouders geen voorkeur hebben uitgesproken, kiest de vrederechter de voogd bij voorkeur uit de naaste familieleden. De minderjarige die ouder is dan twaalf jaar wordt gehoord, evenals zijn meerderjarige broers en zusters, en de broers en zusters van zijn overleden ouders.
Met deze bepaling wordt de wettelijke voogdij van bloedverwanten in de opgaande lijn afgeschaft. Niemand is echter verplicht de voogdij op zich te nemen.
In uitzonderlijke omstandigheden kan de vrederechter de voogdij splitsen. Hij benoemt dan een voogd voor de goederen en een voor de persoon. Naast de voogd benoemt de vrederechter ook een toeziende voogd. Indien die toeziende voogd vaststelt dat de voogd tekortschiet in de opvoeding of het beheer van de goederen, moet hij dat melden aan de vrederechter.
Wezen moeten vanaf twaalf jaar betrokken worden bij de beslissingen over hun persoon en vanaf vijftien jaar bij beslissingen over hun vermogen. Bij ernstige conflicten met de voogd kunnen wezen een verzoek richten aan de procureur des Konings. Als de procureur het verzoek gegrond acht, kan hij de vrederechter vragen het geschil te beslechten.
De voogd moet jaarlijks zijn rekening en een verslag over de opvoeding van de minderjarige overhandigen aan de vrederechter en de toeziende voogd. Wil hij een lening aangaan, de goederen van de minderjarige hypotheceren of een onroerend goed kopen, dan heeft hij de toestemming van de vrederechter nodig.
Aan de grote kritiek die de Koninklijke Federatie van het Notariaat tijdens de bespreking van het ontwerp formuleerde, kwamen de Kamer en Senaat niet tegemoet. De federatie vroeg een controle op de langstlevende ouder te behouden. Om hun verzoek te staven, namen ze het voorbeeld van een minderjarige van gescheiden ouders die in het nieuw samengestelde gezin van zijn moeder woont. Als de moeder sterft, moet de vader de opvoeding van het kind en het beheer van de gnotariskantoor Van Damme
Residentie "Groenhove"
Gistelse Steenweg 138 bus F/1
8200 Brugge (Sint-Andries) België
Tel. +32 50 38.11.11 en +32 50 40.40.40
Fax +32 50 38.57.77 en + 32 50 40.40.20
E-mail: vandamme@notare.be URL:
http://www.notare.be
Laatst bijgewerkt op 16 april 2001