Ondernemen betekent de risico's van het economisch leven
voortdurend en nauwgezet inschatten en de nodige voorzorgen nemen,
ook ten aanzien van het privé-vermogen.
Een voor U en Uw onderneming geschikte rechtsvorm kan in aanzienlijke
mate bijdragen tot de beperking van die risico's.
Bij het zoeken naar de gepaste rechtsvorm is het aangewezen een
beroep te doen op terzake bevoegde deskundigen aan wie de wetgever
een bijzondere taak als deskundig adviseur heeft toevertrouwd.
Rechtsvormen:
Bij een overzicht van de verschillende rechtsvormen dient eerst een
onderscheid gemaakt tussen
Onderneming en vennootschap zijn dus geen synoniemen: een onderneming kan ook buiten een vennootschapsverband worden gevoerd.
De éénmanszaak, waarvan geen wettelijke definitie
bestaat, kan omschreven worden als "het geheel van bestanddelen die
worden samengebracht en aangewend om een onderneming te drijven en
kliënteel aan te trekken en te behouden".
Hier bestaat er geen duidelijke splitsing tussen het
privé-vermogen van de handelaar en het vermogen van zijn
handelszaak.
Deze ondernemer staat dus met zijn gehele vermogen, dus ook met zijn
privé-vermogen in voor het ondernemersrisico.
Hij is dus onbeperkt aansprakelijk.
Wel kan hij zijn persoonlijk vermogen en/of dat van de echtgenoot
beveiligen door een aangepast huwelijkskontrakt of door zijn
onderneming om te zetten in vennootschapsvorm (bijvoorbeeld een NV of
BVBA).
Aan de basis van elke vennootschap ligt een contract.
Naast de vereisten die zijn voorgeschreven voor alle overeenkomsten
zijn er deze die eigen zijn aan het vennootschapscontract:
Een vennootschap waaraan rechtspersoonlijkheid wordt toegekend is
een rechtssubject dat zelfstandig drager is van rechten en
plichten.
Aldus ontstaat er een vermogen dat duidelijk afgescheiden is van het
vermogen der vennoten.
De vennootschapsvormen waaraan rechtspersoonlijkheid wordt verleend
staan vermeld in het Wetboek van Koophandel.
Het zijn:
waarbij verschillende personen onder gemeenschappelijke naam een
bedrijf uitoefenen.
Deze vennootschap kan bij onderhandse akte worden opgericht en er
zijn beperkte verplichtingen inzake openbaarmaking van stukken.
Wel moeten alle handelsdokumenten uitgaande van deze vennootschap
duidelijk vermelden dat het om een VOF gaat.
Doordat de aandelen niet éénzijdig overdraagbaar zijn,
wordt het gesloten karakter van de vennootschap hier optimaal
gewaarborgd.
In de VOF zijn echter alle vennoten hoofdelijk en onbeperkt
aansprakelijk voor de schulden van de VOF en brengt het faillissement
van de VOF ook het faillissement van de vennoten met zich mee.
tussen één of meer hoofdelijke aansprakelijke
vennoten (beherende vennoten) en één of meer
geldschieters (stille vennoten).
Al hetgeen hierboven vermeld is voor de VOF kan overgenomen worden
voor deze vennootschapsvorm, met dit onderscheid dat de stille
vennoten enkel gehouden zijn tot hun inbreng en deze laatsten zich
geenszins kunnen inlaten met het bestuur van de vennootschap.
De GCV mag geen winsten uitkeren zolang er overgedragen verlies
is.
die zoals de GCV ook door 2 types van vennoten wordt aangegaan en
waarbij aan de stille vennoten in ruil voor hun inbreng aandelen aan
toonder worden toegekend.
Dit is een belangrijk voordeel.
Het statuut van de stille en beherende vennoten is qua
aansprakelijkheid gelijk aan dit in de GCV.
Deze vennootschap dient opgericht bij notariële akte en de CVA
moet voldoen aan alle boekhoudkundige verplichtingen inzake
publicatie enz...
waarbij de vennoten zich slechts tot hun inbreng verbinden en de
overdracht van de rechten der vennoten aan specifieke voorwaarden en
regels is onderworpen.
Het specifieke van de BVBA ligt thans voornamelijk in haar besloten
karakter.
Dit betekent dat de overdracht en overgang van aandelen aan
specifieke regels is gebonden, die verhinderen dat de aandelen zonder
de instemming van de medevennoten zomaar in vreemde handen zouden
overgaan en het eventueel familiaal karakter van de vennootschap
beschermd wordt.
Voor het overige worden de verschillen met de NV ingevolge recente
wetswijzigingen steeds kleiner.
Wel is het minimumkapitaal voor de BVBA kleiner (750.000,- Fr. i.p.v.
2.500.000,- Fr. voor de NV) en is er met het zaakvoerderschap een
eenvoudige bestuursstructuur.
In de BVBA zijn de vennoten slechts aansprakelijk voor hun
inbreng.
De EBVBA (eenhoofdige BVBA) kan zelfs door één vennoot
worden opgericht doch men kan slechts enig vennoot zijn in
één EBVBA.
Deze vennootschap wordt eveneens bij notariële akte opgericht en
is onderworpen aan boekhoudkundige en administratieve
verplichtingen.
ontworpen voor de grotere ondernemingen en waarbij de vennoten
zich slechts verbinden tot hun inbreng.
Het betreft hier een echte kapitaalsvennootschap, hetgeen met zich
meebrengt dat de aandelen er in principe aan toonder zijn en vrij
overdraagbaar zijn.
De vennootschap wordt bestuurd door een Raad van Bestuur samengesteld
uit ten minste drie leden, wat kan leiden tot een ingewikkelde
besluitvorming.
De vennootschap wordt opgericht bij notariële akte en dient
boekhoudkundige en administratieve verplichtingen na te leven.
bestaande uit een veranderlijk aantal vennoten en inbrengen.
Er zijn types van CV:
Het gaat hier om vrij recente vennootschapsvormen, met
(onvolkomen) rechtspersoonlijkheid die aan ondernemingen de
mogelijkheid bieden om een zelfstandige juridische
samenwerkingséénheid op te richten met het oog op de
vergemakkelijking, rationalisatie of ontwikkeling van hun economische
activiteit.
De activiteit van het samenwerkingsverband moet verband houden met de
economische activiteit van de leden-ondernemingen:
het samenwerkingsverband heeft een ondersteunend karakter en kan dus
niet gebruikt worden voor de oprichting van een nieuw bedrijf of om
alle activiteiten van de leden te verenigen (fusie).
De samenwerking moet betrekking hebben op bestaande activiteiten
bijvoorbeeld gezamenlijke boekhouding, een gemeenschappelijke aankoop
of prospectie...
Het verschil tussen EESV en ESV bestaat erin dat het EESV leden uit
verschillende lidstaten van de Europese Gemeenschap verenigt en dit
niet het geval is voor het ESV.
Een (E)ESV kan opgericht worden bij onderhandse akte.
De tussenkomst van een notaris lijkt echter aangewezen.
Niet alle vennootschappen hebben rechtspersoonlijkheid.
Denken we maar aan de burgerlijke vennootschappen zoals de
burgerlijke maatschap en de vereniging in deelneming en de tijdelijke
vereniging.
Bij de vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid
(bijvoorbeeld NV, (E)BVBA en CVBA) is de vennoot enkel gehouden tot
zijn inbreng: in principe kan hij niet aangesproken worden om met
zijn privé-vermogen de vennootschapsschulden te betalen
(bijvoorbeeld bij een faillissement).
Hier spreekt men dus van een beperkte aansprakelijkheid.
Dit is anders bij de vennootschappen met onvolkomen
rechtspersoonlijkheid (bijvoorbeeld VOF en GVC), waar de vennoten
onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk blijven.
Toch zal in bepaalde gevallen de beperkte aansprakelijkheid verbonden
aan de volkomen rechtspersoonlijkheid niet gelden.
Als voorbeelden kunnen hier vermeld worden:
wanneer bijvoorbeeld een NV of BVBA binnen de 3 jaar na haar oprichting failliet wordt verklaard en de vennootschap over onvoldoende kapitaal beschikte voor de normale uitoefening van haar activiteit gedurende minstens 2 jaar, kunnen de oprichters een bijzondere aansprakelijkheid (oprichtersaansprakelijkheid) oplopen;
ook na faillietverklaring, omwille van bijvoorbeeld vermenging van het vermogen van de vennootschap met het privé-vermogen, onregelmatige boekhouding, miskenning van de vennootschapsstructuren.
wanneer door opgelopen verliezen het netto-aktief gedaald is tot minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal en de algemene vergadering niet tijdig werd bijeengeroepen, wordt de door derden geleden schade toegeschreven aan het niet bijeenroepen van deze vergadering;
degenen die de vennootschap besturen zijn aansprakelijk voor een goed bestuur van de vennootschap.
In de mate men zich persoonlijk borg stelt voor de kredieten die door de vennootschap worden opgenomen of men persoonlijke goederen hypothekeert ten behoeve van de vennootschap, vervalt tegenover deze schuldeisers de bescherming van de beperkte aansprakelijkheid.
De opvolging binnen een familiaal bedrijf is een ingewikkelde aangelegenheid, waaraan naast juridische ook psychologische, bedrijfsorganisatorische en economische aspecten zijn verbonden.
Toch kan gesteld worden dat de opvolging gemakkelijker verloopt binnen een vennootschapsverband.
Waarom?
1. Gezien de onderneming door het aannemen van een
vennootschapsstructuur, ook juridisch een eigen leven leidt, wordt
zij in haar voortbestaan niet bedreigt bij een
eventueel plots overlijden van de bedrijfsleider.
2. Door de inbreng in de vennootschap van de onderneming hebben de
vennoten in ruil aandelen ontvangen.
Deze aandelen vertegenwoordigen de rechten van de vennoten op de
vennootschap die op haar beurt eigenaar is geworden van de
onderneming.
Hierdoor is de onderneming gefraktioneerd en kan de overdracht
geleidelijk en progressief gebeuren, wat onmogelijk is bij een
éénmanszaak.
Daarbij kan deze trapsgewijze overdracht nog gebeuren door de
combinatie van diverse juridische technieken als verkoop, schenking
of legateren van aandelen; tevens kan aldus ook de overdracht van het
management geleidelijk gebeuren waarbij gemakkelijker een oplossing
kan gevonden voor de verzuchtingen van de generatie die het bedrijf
binnen afzienbare tijd zal verlaten en de aspiraties van hen die het
bedrijf zullen verder zetten.
De oprichting van een vennootschap biedt ook andere voordelen.
Op fiscaal vlak worden hier enkele verschillen aangeduid tussen de
éénmanszaak en de vennnootschap:
|
Voor de inkomstenschijf van 1 tot 253.000,-F |
25% |
|
Voor de schijf van 253.000 tot 335.000 |
30% |
|
Voor de schijf van 335.000 tot 478.000 |
40% |
|
Voor de schijf van 478.000 tot 1.100.000 |
45% |
|
Voor de schijf van 1.100.000 tot 1.650.000 |
50% |
|
Voor de schijf van 1.650.000 tot 2.420.000 |
52,5% |
|
Voor de inkomstenschijf boven 2.420.000 |
55% |
Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt sinds aanslagjaar 1992: 39%.
De verminderde tarieven zijn als volgt bepaald:
1. de grens vanaf wanneer het tarief van 39% op het totaal
belastbaar inkomen wordt toegepast: 13.000.000,-F
2. op de schijf van 0 tot 1.000.000,-F. Aanslagvoet: 28%
3. op de schijf van 1.000.000,-F tot 3.600.000,-F. Aanslagvoet:
36%
4. op de schijf van 3.600.000,-F tot 13.000.000,-F. Aanslagvoet:
41%
In een vennootschap heeft men de bestemming van de belastbare
basis zelf in handen.
Zo kan men beslissen of er aan de bestuurders/zaakvoerders eerder een
arbeidsvergoeding of een deel in de winst zal uitgekeerd worden, hoe
groot elk deel zal zijn en wanneer het uitkeerbaar is.
Dit is niet mogelijk bij de éénmanszaak: alles wordt er
zonder onderscheid belast.
Onder bepaalde voorwaarden, kan de vennootschap integraal de premies aftrekken die zij betaalt voor een verzekeringscontract waarbij aan de ondernemer de uitkering van een kapitaal wordt gegarandeerd op het ogenblik dat hij de onderneming verlaat (pensioen, overlijden). De zelfstandige met een éénmanszaak, die een levensverzekeringscontract voor zichzelf afsluit, kan de premies slechts aftrekken ten belope van een bepaald bedrag per jaar.
De vennoot kan een bedrijfsgebouw dat hem toebehoort en dat hij
niet wenst in te brengen in de vennootschap, verhuren aan de
vennootschap.
De huur is voor deze laatste een aftrekbare bedrijfsuitgave.
Voor de vennoot is de werkelijk ontvangen huur een belastbaar
inkomen.
Daar het gebouw blijft behoren aan het privé-patrimonium van
de vennoot ontsnapt hij aan een mogelijke meerwaardebelasting, maar
kan het gebouw ook niet worden afgeschreven.
Evenwel heeft de wetgever recentelijk paal en perk gesteld aan de
misbruiken van een overdreven huur door te bepalen dat boven een
zeker niveau, de ontvangen huurgelden, toch zullen worden aangezien
als beroepsinkomsten.
De gerealiseerde meerwaarden bij overdracht van aandelen zijn in
principe niet belastbaar.
Op die wijze kan de ondernemer zijn activiteiten stopzetten zonder
grote fiscale problemen.
Bij een éénmanszaak wordt de ondernemer geconfronteerd
met belastbare stopzettingsmeerwaarden of eventueel zware
registratierechten bij de schenking van de onderneming.
Voor de toepassing van de inkomstenbelasting wordt het (Europees)
economisch samenwerkingsverband geacht geen rechtspersoonlijkheid te
hebben en is het dus niet onderworpen aan directe belasting.
De (on)verdeelde winsten of baten worden in hoofde van de
verschillende leden van het verband belast.
Als men de vennootschapsvorm vergelijkt met de onderneming die
gevoerd wordt in de vorm van een éénmanszaak, dan kan
algemeen gesteld worden dat het grote nadeel van de
éénmanszaak is, dat de ondernemer hier aansprakelijk
blijft met heel zijn vermogen, zodat er een grote verbondenheid is
tussen welslagen van de onderneming en de welvaart van de
ondernemer.
Daar tegenover staat dan weer dat deze vorm weinig boekhoudkundige
en/of administratieve verplichtingen oplegt zowel bij de oprichting
als nadien.
De eenheid van leiding en bezit van de zaak biedt ook de kans voor
een vlotte besluitvorming.
Fiskaal is de taxatie van de meerwaarden nadelig.
Het grote voordeel van een vennootschapsvorm ligt in de
rechtspersoonlijkheid, waardoor de onderneming een apart bestaan
leidt en tal van problemen een vlotte oplossing kunnen krijgen
(bijvoorbeeld opvolging).
Dit gepaard gaande met het even belangrijke voordeel van de beperkte
aansprakelijkheid en de fiscaal vriendelijker taxatie heeft ertoe
geleid dat meer en meer een beroep op de vennootschapsstructuur wordt
gedaan.
Toch dient te worden aangestipt dat vaak een minimumkapitaal is
vereist om van de bovenvermelde voordelen te kunnen genieten en dat
de boekhoudkundige en administratieve verplichtingen wel heel wat
zwaarder zijn in vergelijking met die voor een
éénmanszaak.
Uit het voorgaande blijkt dat de vennootschappen aan een heel
eigen wetgeving onderworpen zijn.
Komt daar nog bij dat deze wetgeving de laatste jaren in volle
evolutie is.
Mede door ontwikkelingen op Europees en internationaal vlak, bevindt
de vennootschapswetgeving zich in een stroomversnelling.
Dit heeft tot gevolg dat vaak meerdere ingrijpende wetswijzigingen in
één jaar plaats vinden.
Het is dus belangrijk zich te wenden tot gekwalificeerde personen,
die perfect op de hoogte zijn.
Het belang van de tussenkomst van de notaris in het
vennootschappenrecht wordt daarbij door de wetgever in bepaalde
gevallen onderlijnd door zijn verplichte tussenkomst (cfr. bv.
oprichting NV, BVBA, CVBA, statutenwijzigingen...).
De redactie van de vennootschapsakte, biedt benevens de juridische
bijstand en verantwoordelijkheid van de notaris als raadsman van
partijen - wat de garantie inhoudt van de geldigheid en de
degelijkheid van het contract - ook het voordeel van een
professionele begeleiding.
Ze verzekert de blijvende bewaring van de originele akte en de
permanente mogelijkheid tot het afleveren van tegenover iedereen als
bewijskrachtig geldende uitgiften ervan.
De notaris kan U in alle onafhankelijkheid voorlichten bij de start
van uw onderneming over de al of niet wenselijkheid van de oprichting
van een vennootschap.
Hij zal samen met U zoeken naar de voor U meest geschikte vorm en
naar de consequenties van de keuze voor gene of andere vorm.
Hij zal U daarbij tevens wijzen op de weerslag op het vlak van het
sociaal recht van het opnemen van een bestuurstaak.
In dit verband dient ook te worden gewezen op de diverse maatregelen
van openbaarmaking, die de wetgever heeft ingesteld ter bescherming
van het rechtsverkeer (bijvoorbeeld publicatie in het Staatsblad,
neerlegging van het vennootschapsdossier op de Griffie van de
bevoegde Rechtbank enz...) en die via de notaris geregeld worden.
notariskantoor Van Damme
Residentie "Groenhove"
Gistelse Steenweg 138 bus F/1
8200 Brugge (Sint-Andries) België
Tel. +32 50 38.11.11 en +32 50 40.40.40
Fax +32 50 38.57.77 en + 32 50 40.40.20
E-mail: vandamme@notare.be URL:
http://www.notare.be
Laatst bijgewerkt op 18 mei 2000