Hoe u de nabestaanden fiskaal vriendelijk met een onroerend vermogen opzadelt.
Roerende goederen zijn makkelijk buiten de
nalatenschap te houden via de handgift, op
voorwaarde dat die schenking tenminste drie jaar
voor het overlijden doorgang vond.
Maar ook voor onroerende goederen bestaan voldoende
legale middelen om ze op een fiscaal vriendelijke manier over te
dragen naar de volgende generatie.
Door de inbreng van onroerende goederen in een
patrimoniumvennootschap ontvangt men aandelen van de
vennootschap.
De persoon in kwestie is dan niet langer eigenaar van de onroerende
goederen.
De vennootschapsstruktuur maakt het mogelijk onroerend bezit te
konverteren in aandelen (roerend bezit). Deze aandelen - voor zover
aan toonder - kunnen net als andere roerende goederen vrij van
schenkings- en successierechten worden overgedragen.
De patrimoniumvennootschap is voorts een geschikt instrument om de
eenheid van het onroerend familiefortuin te
behouden.
Als de onroerende goederen rechtstreeks deel uitmaken van de
nalatenschap komen ze de erfgenamen toe in onverdeeldheid, en de wet
stelt dat iedereen het recht heeft de onverdeeldheid te doen
ophouden.
De versnippering van het familiaal vermogen is hiervan het
gevolg.
Indien het patrimonium hoofdzakelijk bestaat uit één groot gebouw, leidt de eis om uit de onverdeeldheid te treden veelal tot de verkoop van dit gebouw.
Door de onroerende goederen in een vennootschap onder te brengen, blijven ze - na het overlijden van de ouders - eigendom van de vennootschap. De kinderen verkrijgen enkel aandelen, die ze onderling verdelen.
De patrimoniumvennootschap wordt vaak ingeschakeld bij een
familiale opvolgingsregeling, waarbij men de bedrijfsgebouwen
onderbrengt in een afzonderlijke vennootschap en de aandelen van deze
vennootschap toewijst aan de niet-aktieve kinderen.
De kinderen die de bedrijfsactiviteit voortzetten verwerven de
werkmaatschappij.
Maar deze afscheiding van de gebouwen in een patrimoniumvennootschap kan ook buiten elke opvolgingsregeling gebeuren. Louter met de bedoeling ze te onttrekken aan het ondernemingsrisico.
Zijn er dan geen nadelen verbonden aan de patrimoniumvennootschap? Toch wel.
Vooreerst is er de meerwaardebelasting bij
verkoop van een onroerend goed uit de
vennootschap.
Deze belasting is meestal niet verschuldigd wanneer een onroerend
goed door een particulier wordt verkocht.
Vervolgens krijgen de aandeelhouders na enige jaren het onprettige
gevoel dat ze de (aangroeiende) likwiditeiten enkel
uit de vennootschap kunnen halen als ze de fiskale
reperkussies er bij nemen.
Men moet bovendien rekening houden met de oprichtingskosten van de
vennootschap, de registratierechten op de inbreng en de kosten
verbonden aan het voeren van een boekhouding.
De eventuele nadelige effekten op lange termijn worden vaak
"vergeten".
We denken konkreet aan een latere verkoop van de
patrimoniumvennootschap of aan het feit dat de kinderen noodgedwongen
moeten overeenkomen. Beide aspecten vragen een woordje uitleg.
Willens nillens
De verkoop van een patrimoniumvennootschap is moeilijker dan de
rechtstreekse verkoop van een onroerend goed.
De koper van aandelen van een patrimoniumvennootschap verwerft een
"pakket", dat naast het gebouw misschien nog andere bestanddelen
bevat die hij willens nillens moet overnemen.
Hij kan evenmin afschrijven op basis van de prijs betaald voor de aandelen.
Hij vervolgt gewoon de gestarte afschrijvingen in de vennootschap,
ook al overtreft de aandelenprijs in hoge mate de boekhoudkundige
waarde van de vennootschap.
Dit is niet het geval als men rechtstreeks een onroerend goed koopt:
de werkelijk betaalde prijs kan dan volledig afgeschreven worden (zo
de aankoop geschiedt door een vennootschap of door een partikulier
met beroepsdoeleinden).
De aandelentransaktie is nochtans biezonder interessant voor de
verkoper, vermits de meerwaarde op de aandelen niet belast wordt.
Normaliter zijn deze fiskale implicaties een belangrijk punt tijdens
de onderhandelingen over de prijs, waardoor voor de aandelen wel eens
minder wordt geboden dan de marktwaarde van een onroerend goed uit de
vennootschap.
Rechtsmisbruik
Bij de verkoop van een patrimoniumvennootschap dient tevens
rekening gehouden met de nieuwe bepalingen inzake rechtsmisbruik.
Stel dat men ineens alle aandelen van een vennootschap met overwegend
onroerende goederen verkoopt.
Daaruit kan de fiscus - peilend naar de werkelijke bedoelingen van de
partijen - concluderen dat de transaktie in feite de overdracht van
onroerend goed maskeert.
In het slechtste geval riskeert de verkoper - behoudens het
registratierecht van 12,5% - een boete gelijk aan 25% van de waarde
van het onroerend goed.
De kans dat de fiskus deze stelling verdedigt, is vooral reëel als de vennootschap in kwestie uitsluitend eigenaar is van één onroerend goed en geen andere activiteit (meer) ontplooit.
Als men meer dan één kind heeft, is de oprichting
van een patrimoniumvennootschap ook op een ander domein voor
diskussie vatbaar.
De kinderen erven geen onroerend goed, maar aandelen.
Ze zullen steeds overleg moeten plegen, want elk kind afzonderlijk
mankeert de meerderheid van de aandelen, die nodig is om een
beslissing te nemen.
Een goed verstandhouding onder de kinderen is dus een
noodzakelijke voorwaarde voor een vlotte bestuurbaarheid en een
behoorlijke werking van de vennootschap.
Tegengestelde belangen kunnen de eensgezindheid op de proef
stellen.
Rechtstreekse schenkingen van onroerende goederen
aan de kinderen met een tussenperiode van 3 jaar
vormen dan ook een te overwegen alternatief voor de
patrimoniumvennootschap.
Anders dan bij de successierechten kan bij de schenkingsrechten de
progressiviteit van de rechten doorbroken
worden.
Inderdaad, de schenkingsrechten zullen telkens opnieuw berekend
worden vanaf de laagste schijven, indien tussen twee schenkingen
minstens 3 jaar ligt.
Wel zal men bij vererving de successierechten per erfgenaam berekenen
op de som van de nettowaarden van de goederen die deze erfgenaam
verkrijgt.
De belastingtarieven bij vererving tussen afstammelingen en echtgenoten in het Vlaams Gewest bedragen
|
SUCCESSIERECHTEN (Vlaams Gewest) in rechte lijn (grootouders, ouders, kinderen), tussen echtgenoten, en (sedert 1/1/2001) tussen ("officieel") samenwonenden |
|
|
Schijf |
Tarief |
|
tot 2 miljoen |
3% |
|
van 2 miljoen tot 10 miljoen |
9% |
|
boven de 10 miljoen |
27% |
De belastingtarieven bij SCHENKING tussen afstammelingen en echtgenoten bedragen :
|
SCHENKINGSRECHTEN in rechte lijn (grootouders, ouders, kinderen) en tussen echtgenoten |
|
|
Schijf |
Tarief |
|
tot 500.000 frank |
3% |
|
van 500.000 tot 1.000.000 |
4% |
|
van 1.000.000 tot 2.000.000 |
5% |
|
van 2.000.000 tot 4.000.000 |
7% |
|
van 4.000.000 tot 6.000.000 |
10% |
|
van 6.000.000 tot 8.000.000 |
14% |
|
van 8.000.000 tot 10.000.000 |
18% |
|
van 10.000.000 tot 20.000.000 |
24% |
|
boven 20.000.000 |
30% |
Voorbeeld
Door de overdracht van de goederen te spreiden over meerdere schenkingen met telkens een wachtperiode van minstens drie jaar, zal de progressiviteit vermeden worden.
We geven een voorbeeld.
Voor een erfenis van 20 miljoen frank per erfgenaam (in de rechte
lijn of tussen echtgenoten) bedraagt de verschuldigde belasting
3.480.000 frank per erfgenaam.
Als die 20 miljoen frank wordt overgedragen via 5 schenkingen van
telkens 4 miljoen frank met een tussen periode van 3 jaar, bedraagt
de totale belasting slechts 1.125.000 frank (=5 maal een bedrag van
225.000 frank).
Behoort deze 20 miljoen tot het gemeenschappelijke vermogen van de ouders, dan belopen de schenkingsrechten slechts 850.000 frank. Dit doordat elke schenking van 4 miljoen frank juridisch gezien een schenking is van 2 miljoen frank van vader en 2 miljoen frank van moeder. De schenkingsrechten op 2 miljoen frank bedragen 85.000 frank.
Het verdient aanbeveling de techniek van de periodieke schenkingen
vooral te gebruiken voor gronden en woningen.
Gronden worden best zoveel mogelijk buiten de vennootschap
gehouden.
Ze zijn immers niet afschrijfbaar.
Bovendien zullen ze in normale omstandigheden alleen maar in waarde
stijgen, wat aanleiding zal geven tot een meerwaardebelasting bij de
onttrekking ervan aan de vennootschap.
Ook voor woningen werd de patrimoniumvennootschap door de wetswijziging van maart 94 minder aantrekkelijk: het inbrengrecht is verhoogd van 0,5% tot 12,5%. Voor bedrijfsgebouwen (inbrengrecht is 0,5%) kan men de patrimoniumvennootschap voluit blijven aanprijzen.
Zelfs al is in het kader van successieplanning de periodieke schenking fiskaal interessant, men kan zich voorstellen dat de ouders niet voortijdig afstand willen doen van hun eigendom.
Een mogelijke oplossing: de ouders schenken hun onroerende
goederen met voorbehoud van vruchtgebruik.
De kinderen verwerven dan alleen de blote eigendom, het vruchtgebruik
blijft bij de ouders.
Op die manier maken de ouders aanspraak op alle opbrengsten van de
geschonken goederen.
Bij overlijden van de ouders worden de kinderen volle eigenaars van
rechtswege (automatisch), d.w.z. zonder de noodzaak van enige
wilsuiting of overeenkomst.
Successierechten zijn niet meer
verschuldigd doordat reeds in een vroeger stadium
schenkingsrechten werden betaald.
Deze rechten zijn overigens dezelfde voor schenkingen van de volle
eigendom en schenkingen waarvan het vruchtgebruik wordt
voorbehouden.
Bij een schenking van de blote eigendom zijn dus de schenkingsrechten
verschuldigd op de waarde van de volle eigendom.
Een fiskaal voordelige overdracht van onroerend goed naar de
volgende generatie kan nog op een andere wijze gerealizeerd
worden.
Met name via de rechtsfiguur "onverdeelde eigendom".
Als de ouders samen met de kinderen een onroerend goed aankopen, zijn
ze stuk voor stuk onverdeelde medeëigenaars.
Ze kunnen overeenkomen dat enkel de ouders het beheer en de
opbrengsten van de goederen toekomt, ook al zijn die slechts voor een
beperkt percentage medeëigenaars.
Als de ouders nog tijdens hun leven afstand doen
van hun onverdeeld aandeel, is op de waarde van dit deel slechts 1%
registratierecht verschuldigd. Op voorwaarde dat dit gebeurt ten
bezwarende titel (lees: tegen vergoeding).
Vindt deze afstand plaats naar aanleiding van hun overlijden, dan zal
het onverdeeld aandeel tot de nalatenschap behoren.
Maar in het kader van de successieplanning kan men dit aandeel van de
ouders beperkt houden, zonder dat dit hun recht om de goederen te
beheren en de inkomsten ervan op te trekken hypothekeert.
notariskantoor Van Damme
Residentie "Groenhove"
Gistelse Steenweg 138 bus F/1
8200 Brugge (Sint-Andries) België
Tel. +32 50 38.11.11 en +32 50 40.40.40
Fax +32 50 38.57.77 en + 32 50 40.40.20
E-mail: vandamme@notare.be URL:
http://www.notare.be
Laatst bijgewerkt op 15 januari 2001