De Woninghuurwet

Hoofdstuk VI: Wat is een huurovereenkomst met renovatie?

De wet van 13 april 1997 heeft het principe van de renovatiecontracten beter omschreven.
De huurwet voorziet in een bepaald aantal verplichtende en strikte bepalingen betreffende enerzijds de duur van de huurovereenkomsten, de mogelijkheden om deze te beëindigen en anderzijds betreffende de staat waarin het gehuurde goed moet worden gesteld.
Nochtans aanvaarden huurders dikwijls - of verlangen zij - om zelf, in het goed dat ze bewonen, een zeker aantal veranderingen aan te brengen, werken uit te voeren (kleine of grote) die niet alleen hun levensomgeving verbeteren, maar ook de staat van de woning in het algemeen ten goede komen.
De huurwet heeft dit initiatief willen aanmoedigen.
1. De partijen moeten de renovatieovereenkomst schriftelijk sluiten en zo duidelijk mogelijk bepalen:

• welke de werken zijn die de huurder zal uitvoeren en de termijn die hij hiervoor zal nodig hebben;
• welke de tegenprestatie zal zijn waartoe de verhuurder zich verbindt, evenals de duur van deze verbintenis die niet noodzakelijk gebonden is aan de termijn die nodig is voor het uitvoeren van de werken.

2. De wet staat zelfs bij het sluiten van zulke huurovereenkomst een afwijking toe aan de regel die de naleving van de elementaire vereisten inzake veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid oplegt, maar slechts onder 5 cumulatieve voorwaarden:

- de geplande werken moeten minstens tot doel hebben de onvolkomenheden van de woning op dit vlak te verhelpen;
- de renovatiewerken moeten precies omschreven zijn;
- de aanvang voor de werken moet binnen een redelijk tijdstip zijn bepaald;
- er mag geen huur worden gevraagd tijdens de termijn die overeengekomen is om de renovatiewerken uit te voeren;
- de termijn moet redelijkerwijs voldoende zijn om die werken uit te voeren.

Voorbeeld: Het gehuurde goed beschikt niet over stromend water maar de huurder verbindt zich ertoe om de nodige werken uit te voeren om dit te installeren.
Dit betekent echter niet dat de huurovereenkomst met renovatie uitsluitend voor de verwezenlijking van deze "elementaire" werken kan beoogd worden.
Deze huurovereenkomst kan ook gesloten worden met het oog op het uitvoeren van werken ter vergroting, verfraaiing of verbetering van het comfort welke niet strikt noodzakelijk zijn.
3. Ook bepaalt de wet dat de werken die de huurder zal uitvoeren in het kader van "een huurovereenkomst met renovatie" een tegenprestatie van de verhuurder zullen meebrengen.
Deze tegenprestatie kan bestaan uit:
• ofwel een vermindering of kwijtschelding van de huurprijs,
• ofwel ziet de verhuurder af van het recht om een herziening van de huurprijs te vragen,
• ofwel verbindt de verhuurder zich ertoe om de huurovereenkomst niet te beëindigen (om welke reden ook met inbegrip van de persoonlijke betrekking van het goed), en dit gedurende een periode die in het contract bepaald moet zijn en die langer of korter dan 9 jaar kan zijn volgens de omvang van de geplande werken.
Na het uitvoeren van de werken wordt op verzoek van de meest gerede partij overgegaan tot de oplevering en dit in aanwezigheid van de huurder en verhuurder.
De nieuwe bepalingen zijn van toepassing op de renovatiecontracten gesloten of vernieuwd vanaf 31 mei 1997.


Interessant artikel verschenen in De Standaard van auteur Jan Roodhooft:

"Verbouwen voor een ander
Als huurder van een woning of appartement wil u bepaalde verbeteringswerken aan de gehuurde woonst doen. U wil bijvoorbeeld een nieuwe vloerbekleding leggen in de woonkamer, een ingemaakte kast laten plaatsen of de oude badkamer laten vervangen door een nieuwe. Maar mag u zulke werken wel uitvoeren zonder toestemming van de verhuurder? En wat als de huurovereenkomst enkele jaren nadien een einde neemt? Moet de verhuurder u in dat geval vergoeden voor de op uw kosten uitgevoerde verbeteringswerken?
Om een antwoord te weten op al deze vragen, dient u er in eerste instantie de huurovereenkomst hebt op na te slaan. En te kijken of daarin al dan niet een regeling is getroffen voor verbouwings- en verbeteringswerken.
Huurder en verhuurder zijn immers volledig vrij om een dergelijke regeling uit te werken. In heel wat huurcontracten wordt dat ook effectief gedaan. De bepalingen die in de praktijk hieromtrent in huurovereenkomsten worden opgenomen, zijn trouwens heel uiteenlopend. Ze verschillen van contract tot contract. Zo kunnen bijvoorbeeld alle mogelijke verbouwings- en veranderingswerken worden verboden, of kunnen de aard en de omvang van de toegelaten werken worden omschreven. Ook de vergoedingsregeling bij het einde van de huur kan in de overeenkomst worden vastgelegd.
Wenst u in de nabije toekomst een huurovereenkomst af te sluiten, dan is het zeker aangewezen de verhuurder te vragen hiervoor een regeling in het contract te treffen. Zodat u tenminste weet waar u aan toe bent. Het is dan wel belangrijk dat u de clausule in de huurovereenkomst terzake klaar en duidelijk formuleert. U neemt best expliciet op welke werken toegelaten zijn en welke niet, voor welke werken de toestemming van de verhuurder moet worden gevraagd (en op welke wijze), en wat er dient te gebeuren bij het einde van de huurovereenkomst. Is uw overeenkomst op dit vlak niet duidelijk, dan zal dit wellicht leiden tot discussies. In het slechtste geval zal de rechtbank moeten trachten uit te vissen wat de gezamenlijke bedoeling was van de partijen.
En wat als er niets bepaald is in de huurovereenkomst? In dat geval geldt als beginsel dat u als huurder het recht hebt die werken uit te voeren die u toelaten ten volle te genieten van het gehuurde goed. De structuur van de woning of appartement mag u echter niet wijzigen (u mag bijvoorbeeld geen muren verwijderen). Een badkamer of een ingemaakte kast installeren en vloerbekleding veranderen, is integendeel normaal wel mogelijk. Gaat het om werken die de structuur van de woning wijzigen, dan is het noodzakelijk eerst de toestemming van de verhuurder te bekomen.
En wat dient er -- als er in de huurovereenkomst niets is bepaald -- te gebeuren bij het einde van de huur? Hier dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de veranderingen die wél, en degene die niét ongedaan kunnen worden gemaakt. Voor de verbeteringen of aanpassingen die u aanbracht en die niet kunnen worden weggehaald -- of die enkel kunnen worden weggehaald met beschadiging -- geldt in beginsel dat u ze niet mag wegnemen én dat u geen recht hebt op vergoeding.
Sommige rechters durven dit echter te nuanceren. Voor wat noodzakelijke of echt nuttige uitgaven betreft, kennen zij de huurder toch een vergoeding toe. Voor luxe-uitgaven zal echter sowieso geen vergoeding worden toegekend. Als huurder neemt u dus beter geen enkel risico en spreekt u op voorhand met de verhuurder af welke vergoeding deze u zal betalen bij het einde van de huur. Kwestie van latere onaangename verrassingen te vermijden.
Wat zonder beschadigingen kan worden verwijderd, mag u wegnemen. De verhuurder kan wel eisen dat u de eventueel bij het wegnemen veroorzaakte schade vergoedt. Breekt u zelf niets af of neemt u niets weg, dan ligt de keuze bij de verhuurder. Hij kan dan kiezen om u hetzij te vragen de wijzigingen te verwijderen, dan wel ze te behouden. In dat laatste geval dient hij u een vergoeding te betalen voor het materiaal dat u aankocht en het maakloon dat u betaalde."

 



terug naar de home page

notariskantoor Van Damme
Residentie "Groenhove"
Gistelse Steenweg 138 bus F/1

8200 Brugge (Sint-Andries) België
Tel. +32 50 38.11.11 en +32 50 40.40.40
Fax +32 50 38.57.77 en + 32 50 40.40.20
E-mail: vandamme@notare.be URL: http://www.notare.be
Laatst bijgewerkt op 20 augustus 2001