|
|
Belangrijk is te weten dat een huurovereenkomst van
onbepaalde duur niet meer bestaat.
Inderdaad, slechts de geschreven overeenkomsten van bepaalde duur
lopend op 28 februari 1991 ontsnappen aan de toepassing van de
huurwet.
Deze overeenkomsten komen ten einde op de voorziene vervaldag of op
de vervaldag van de opzegging die door één van de
partijen conform de huurovereenkomst werd gegeven.
Voor alle lopende overeenkomsten van onbepaalde duur op die
datum en voor deze die gesloten worden na die datum, voorziet de wet
dat ze allen van bepaalde duur zijn.
Dit was de voornaamste vernieuwing van de huurwet.
Vier oplossingen zijn mogelijk:
ofwel heeft de overeenkomst een duur van 9 jaar;
of wel heeft de overeenkomst een duur van 3 jaar of
minder: de overeenkomst met een korte duur;
ofwel heeft de overeenkomst een duur van meer dan 9
jaar: de overeenkomst met een lange duur;
ofwel wordt de overeenkomst gesloten voor het leven van
de huurder: de levenslange huurovereenkomst (nieuw sedert de
Wet van 13 april 1997)
Dit zal automatisch het geval zijn voor:
een mondelinge huurovereenkomst;
een geschreven huurovereenkomst zonder aanwijzing van de
duur;
een geschreven huurovereenkomst met een bepaalde duur
gaande van 3 tot 9 jaar.
|
Voorbeeld: een geschreven overeenkomst gesloten voor een duur van 6 jaar is geldig maar zal als een overeenkomst gesloten voor 9 jaar worden beschouwd. |
|
Voorbeeld: een geschreven overeenkomst gesloten voor 2 jaar is geldig. |
|
Voorbeeld: een geschreven overeenkomst van 14 jaar is geldig |
Gedurende deze periode van 9 jaar hebben de huurder
én de verhuurder nochtans de mogelijkheid een einde
te stellen aan de overeenkomst binnen de bepaalde voorwaarden en
termijnen.
a. Wanneer begint de
periode van 9 jaar ?
Indien de overeenkomst gesloten wordt vanaf 28 februari
1991: de datum waarop de overeenkomst in werking treedt is deze
die werd voorzien in de geschreven overeenkomst.
In geval van mondelinge overeenkomst is dit de datum waarop de
huurder de woning kan betrekken;
indien de overeenkomst werd gesloten vóór 28
februari 1991 moet men twee gevallen onderscheiden:
- het contract heeft een vaste datum (zie Hfst. I, 4): de datum van inwerkingtreding is deze bepaald in de overeenkomst.
- het contract heeft geen vaste datum; hier onderscheidt men opnieuw twee mogelijkheden:1. indien het contract nog vóór 1 januari 1987 gesloten werd (en één van de partijen dit kan bewijzen), wordt het contract verondersteld in werking te zijn getreden op 1 januari 1987.
De wet beslist dat het contract op die bepaalde dag begint en het onmogelijk is het tegendeel te bewijzen.
Alle contracten die op 1 januari 1987 in werking waren getreden en die geen vaste datum hebben worden dus beschouwd als zijnde gesloten voor 9 jaar vanaf deze datum en kwamen dus ten einde op 31 december 1995; indien dergelijk contract door de verhuurder werd opgezegd 6 maand voor deze vervaldag, werd het contract alsnog bij wet verlengd tot 31 december 1996.
2. indien het contract vanaf 1 januari 1987 gesloten werd, wordt de datum van de inwerkingtreding van de overeenkomst verondersteld de datum van inschrijving te zijn van de huurder in het bevolkings- of vreemdelingenregister op het adres van het gehuurde goed, voorzover die inschrijving vóór 28 februari 1991 plaatsvond.
Indien de huurder zich niet heeft ingeschreven voor die datum zal men de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst "met alle wettelijke middelen" bepalen, d.w.z. door alle middelen (geschreven overeenkomst, brieven, facturen..).
b. Wat gebeurt er
na afloop van deze periode van 9 jaar ?
De huurder en de verhuurder kunnen elk het contract beëindigen,
en dit zonder motief en zonder een vergoeding te moeten betalen, op
voorwaarde een opzegging te geven minstens 6 maand vóór
de vervaldag.
|
Voorbeeld |
|
Voorbeeld: Een overeenkomst wordt gesloten op 15 juli 1991 en treedt in werking op 1 september 1991; de huurovereenkomst loop tot 31 augustus 2000. Indien geen enkele opzegging wordt gegeven tegen 29 februari 2000, wordt de overeenkomst verlengd tot 31 augustus 2003; elk van de partijen kan een einde stellen aan de huurovereenkomst op die datum, op voorwaarde de opzegging 6 maand voor die datum te betekenen, dus ten laatste op 28 februari 2003. Anders wordt de overeenkomst opnieuw verlengd tot 31 augustus 2006, enzovoort. |
|
Voorbeeld: Een huurovereenkomst werd gesloten op 1
januari 1980 voor een periode van 9 jaar, dus tot 31
december 1988 en heeft een vaste datum. Na 31 december 1988
bleef de huurder in de woning met toestemming van de
verhuurder. |
De huurwet voorziet dat de partijen tevens een overeenkomst kunnen
sluiten of verschillende opeenvolgende overeenkomsten voor een totale
duur van niet meer dan 3 jaar.
Dergelijk contract moet schriftelijk gesloten zijn.
Indien dit niet het geval is wordt de overeenkomst beschouwd gesloten
te zijn voor 9 jaar.
Noch de huurder, noch de verhuurder kunnen de overeenkomst
vroegtijdig beëindigen, tenzij contractueel anders werd
overeengekomen.
De wet van 13 april 1997 heeft het principe van de korte duur
contracten gewijzigd.
Voor de korte duur contracten die gesloten worden vanaf 31 mei 1997
of vernieuwd of verlengd worden na deze datum, gelden de volgende
bepalingen:
- het blijft mogelijk een - schriftelijke - overeenkomst te sluiten
of opeenvolgende overeenkomsten voor een totale duur van niet meer
dan 3 jaar;
- dergelijke contracten kunnen echter slechts één maal,
schriftelijk, en onder dezelfde voorwaarden (o.m. dezelfde huurprijs)
worden verlengd;
- de duur van deze opeenvolgende contracten mag, maar moet niet
dezelfde zijn: zo is het mogelijk een contract van 1 jaar te sluiten,
en dit te verlengen voor 2 jaar of een contract van 6 maand te
sluiten, en dit te verlengen voor 6 maand; een verdere verlenging is
dus niet mogelijk;
- noch de huurder, noch de verhuurder kunnen de overeenkomst
vroegtijdig beëindigen, tenzij contractueel anders werd
overeengekomen;
- de overeenkomst kan worden beëindigd mits een
opzeggingstermijn van 3 maand te betekenen vóór het
verstrijken van de overeengekomen termijn;
!! Voor de lopende korte duur contracten die beëindigd worden
vanaf 31 mei 1997 blijft de opzeggingstermijn van minimum 1 maand
gelden !
- indien geen opzegging werd betekend 3 maand vóór de
vervaldag of indien de huurder na de overeengekomen duur in het goed
is blijven wonen zonder verzet van de verhuurder (zelfs met een nieuw
contract), dan wordt de oorspronkelijke huurovereenkomst voortgezet
tegen dezelfde voorwaarden (ook dezelfde huurprijs) maar wordt deze
verondersteld van bij het begin te zijn gesloten voor een periode van
9 jaar.
Opgelet ! Deze bepaling is verplichtend: zij is van toepassing ook al
voorziet het contract een andersluidend beding.
|
Voorbeeld de overeenkomst wordt niet beëindigd en de huurder blijft in het goed: de overeenkomst gaat verder tegen dezelfde voorwaarden (zelfde huurprijs maar met mogelijkheid tot jaarlijkse indexatie en 3-jaarlijkse herziening) maar wordt verondersteld te zijn gesloten voor een periode van 9 jaar hetzij van 1 mei 1997 tot 30 april 2006; Wanneer de verhuurder een nieuw contract van max. 3 jaar sluit met een andere huurder, mag de nieuwe basishuurprijs niet hoger zijn dan de basishuurprijs van de vorige huurder, aangepast aan de index. |
De mogelijkheid bestaat een geschreven huurovereenkomst met een
bepaalde duur van meer dan 9 jaar te sluiten.
Voor deze huurovereenkomst gelden dezelfde bepalingen als deze van de
overeenkomst van 9 jaar.
Het is ook mogelijk een huurovereenkomst te sluiten voor het leven
van de huurder, op voorwaarde dat dit schriftelijk gebeurt.
Deze huurovereenkomst eindigt dan automatisch wanneer de huurder komt
te overlijden.
De verhuurder kan dergelijke levenslange huur niet vroegtijdig
beëindigen, tenzij contractueel anders werd overeengekomen.
De huurder kan de overeenkomst wel op ieder tijdstip opzeggen, met
een termijn van 3 maand.
De partijen kunnen in het contract ook bepalen dat zij afzien van de
mogelijkheid om de huurprijs te herzien.
Deze nieuwe bepalingen gelden voor de levenslange huurovereenkomsten
gesloten of vernieuwd vanaf 31 mei 1997.
Opgelet! In de overgangsbepalingen van de wet van 1991 wordt
retroactief een nieuwe bepaling ingevoegd: de afdeling II is niet van
toepassing op de huurovereenkomsten voor het leven die reeds
bestonden op 28 februari 1991.
a. De foutieve niet-uitvoering.
Wanneer de huurder of verhuurder de verplichtingen die hem in de
huurovereenkomst of door de wet worden opgelegd niet nakomt, kan de
tegenpartij deze laten oproepen of laten dagvaarden voor de
vrederechter om:
ofwel, de volledige en eenvoudige uitvoering van het contract
te vragen;
ofwel de ontbinding van het contract en bovendien, in beide
gevallen, schadevergoeding en interesten eisen.
Dit is de toepassing van een algemeen principe van het
verbintenissenrecht.
b. Verbreking met wederzijdse toestemming.
De partijen kunnen ook steeds overeenkomen om de huurovereenkomst
vroegtijdig, d.w.z. vóór de normale einddatum, te
beëindigen.
Gezien het verplichtend karakter van de bepalingen van de huurwet is
het nochtans aangewezen om dit akkoord schriftelijk te bevestigen om
een eventuele latere betwisting te vermijden.
a. Het overlijden van de verhuurder of de huurder.
Het overlijden van één van de partijen stelt geen einde
aan de huurovereenkomst, behalve bij de huurovereenkomst voor het
leven (Hfst. IV. 4).
De erfgenamen, hetzij van de verhuurder hetzij van de huurder zijn
dus gehouden om de lopende huurovereenkomst voort te zetten en kunnen
er slechts een einde aan maken door naleving van de wettelijke
voorwaarden.
b. De verkoop of schenking van het gehuurde goed (zie Hoofdstuk
IX).
c. De uitdrukkelijke ontbindende clausule.
Dit betreft de clausule van het contract die voorziet dat het
contract van rechtswege, d.w.z. automatisch beëindigd wordt in
het geval één van beide partijen zijn verplichtingen
niet nakomt.
Voorbeeld: Indien de huurder gedurende twee opeenvolgende maanden de
huurprijs niet betaalt.
Dergelijke clausule "de uitdrukkelijke ontbindende clausule" genaamd,
is nietig.
Ze kan niet worden ingeroepen.
Ingeval van een fout begaan door één der partijen kan
alléén de rechter de ontbinding van het contract
uitspreken.
Op welke manier de huurovereenkomst ook beëindigd wordt, de
huurder kan een verlenging van de overeenkomst aanvragen op grond van
buitengewone omstandigheden.
De huurder moet deze verlenging aan de verhuurder vragen ten laatste
één maand voor het einde van de huurovereenkomst.
indien de verhuurder akkoord gaat bepalen de partijen vrij de
duur van de verlenging;
indien de verhuurder weigert, beslist de rechter, rekening
houdende met de belangen van beide partijen, en namelijk met de
eventuele hoge leeftijd van één van hen;
De rechter die de verlenging toestaat kan eveneens, indien hij dit
billijk acht, aan de verhuurder een verhoging van de huurprijs
toestaan.
Indien de opzegging zonder motief was en de verhuurder een vergoeding
verschuldigd is kan de rechter deze vergoeding verminderen of
afschaffen.
Het principe van deze regel bestond reeds vroeger, maar de huurwet
bracht 3 wijzigingen aan op de overeenkomsten die onder de toepassing
van de huurwet vallen:
1. De rechter kan de duur van de verlenging vrij bepalen, maar de
huurwet verplicht hem een bepaalde duur te voorzien
Voorbeeld: De rechter mag niet beslissen een contract te verlengen
"tot dat de huurder een andere woning heeft gevonden".
2. De huurder kan bij het einde van de eerste verlenging, indien hij
nieuwe buitengewone omstandigheden kan inroepen, een nieuwe
verlenging vragen, onder dezelfde voorwaarden, d.w.z. ten laatste 1
maand voor het verstrijken van de eerste verlenging.
Dezelfde regels zijn van toepassing op deze hernieuwing waarvan de
duur, eveneens door de rechter bepaald wordt.
Eén enkele hernieuwing is mogelijk.
Opmerking: De duur van de hernieuwing kan verschillen van deze van de
eerste verlenging.
3. De huurwet staat de huurder toe een verlenging te vragen aan de
koper van de woning.
Wat moet men verstaan onder "buitengewone omstandigheden" ?
Dit zijn omstandigheden die, gedurende een zekere periode, het
vooruitzicht op een verhuis of het zoeken naar een woning kunnen
bemoeilijken.
Enerzijds gaat het om dringende toestanden, die niet te voorzien zijn
of plots opduiken, anderzijds om moeilijke omstandigheden die slechts
door het tijdelijk behoud van de huurder in de woning verminderd
kunnen worden.
Wat verstaat men onder de belangen van de partijen ?
De rechter moet tevens rekening houden met de belangen van de
verhuurder, zijn persoonlijke toestand en de nadelen die het behoud
van de huurder in de woning voor hem kunnen meebrengen.
De rechter zal bijvoorbeeld rekening houden met het ongemak dat voor
de verhuurder kan voortvloeien uit de verplichting om, waar hijzelf
verblijft, zelf een hogere huurprijs te moeten betalen in afwachting
dat hij zijn woning persoonlijk kan betrekken.
notariskantoor Van Damme
Residentie "Groenhove"
Gistelse Steenweg 138 bus F/1
8200 Brugge (Sint-Andries) België
Tel. +32 50 38.11.11 en +32 50 40.40.40
Fax +32 50 38.57.77 en + 32 50 40.40.20
E-mail: vandamme@notare.be URL:
http://www.notare.be
Laatst bijgewerkt op 18 mei 2000