De Woninghuurwet

HOOFDSTUK III
Welke zijn de essentiële elementen voor het sluiten van een huurovereenkomst ?

1. Wie kan een huurovereenkomst sluiten?
2. Welke zijn de essentiële vermeldingen van de huurovereenkomst?
3. In welke staat moet het goed verhuurd worden ?
4. De plaatsbeschrijving
5. De waarborg

1. Wie kan een huurovereenkomst sluiten?

Elke meerderjarige persoon (d.w.z. elke persoon die ouder is dan 18 jaar), en elke ontvoogde minderjarige kunnen een geldige huurovereenkomst sluiten.

2. Welke zijn de essentiële vermeldingen van de huurovereenkomst?

De huurovereenkomst bestaat vanaf het ogenblik dat de verhuurder en de huurder een akkoord bereikt hebben over:
• het onroerend goed of het gedeelte ervan dat verhuurd wordt;
• de huurprijs.
Ingeval van een geschreven huurovereenkomst wordt de instemming gestaafd door de ondertekening van het contract door beide partijen.
Om elke betwisting te vermijden heeft de huurder er alle belang bij, wanneer het om een geschreven contract gaat, aan te duiden dat het gehuurde goed als zijn hoofdverblijfplaats zal dienen.
Indien de verhuurder van zijn kant niet wil dat het gehuurde goed dienst doet als hoofdverblijfplaats van de huurder heeft hij er klaarblijkelijk belang bij dat dit in het contract bepaald wordt om de toepassing van de huurwet te vermijden.
Deze clausule moet om geldig te zijn evenwel beantwoorden aan twee hogergenoemde voorwaarden: (zie Hoofdstuk II, 1).

3. In welke staat moet het goed verhuurd worden?

1. Het Burgerlijk Wetboek voorziet dat de verhuurder het gehuurde goed, in alle opzichten, in goede staat van onderhoud aan de huurder moet leveren en het tijdens de duur van de overeenkomst in zodanige staat moet onderhouden dat het kan dienen tot het gebruik waartoe het bestemd is.
Gedurende de ganse duur van de overeenkomst moet hij de nodige herstellingen uitvoeren, behalve deze die beschouwd worden als een onderdeel van het normale onderhoud, wat ten laste van de huurder valt.
Deze regels zijn echter van aanvullende aard wat betekent dat zij slechts van toepassing zijn indien het om een mondelinge huurovereenkomst gaat of wanneer zij niet buiten spel worden gezet omdat een geschreven huurovereenkomst iets anders bepaalt.

2. De huurwet heeft een VERPLICHTENDE bepaling toegevoegd wanneer het gaat om een woning die als hoofdverblijfplaats zal dienen voor de huurder.
De verhuurder moet er voor zorgen dat, op het ogenblik dat hij de huurovereenkomst sluit, zijn onroerend goed "beantwoordt aan de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid".
Het Koninklijk Besluit van 8 juli 1997 heeft deze begrippen concreter omschreven.
De absolute minimumvereisten waaraan een gehuurde woning moet beantwoorden hebben voornamelijk betrekking op:
• de functies van de woning
• de structurele en stabiliteitvereisten
• de vochtigheid van de woning
• de natuurlijke verlichting en verluchting
• de uitrusting van de woning
• de toegang tot de woning en verkeer binnen het gebouw
Voor de tekst van het K.B.: zie verder.
Het enige geval waarbij deze regels niet moeten worden nageleefd is wanneer de partijen een schriftelijke huurovereenkomst sluiten met renovatie (zie Hfst. VI).

Wat gebeurt er indien de woning niet beantwoordt aan deze minimumvoorwaarden op het ogenblik dat de huurder in het genot ervan treedt ?
De HUURDER heeft de KEUZE om
hetzij de ontbinding van de huurovereenkomst met eventuele schadevergoeding te vragen,
hetzij de uitvoering van de werken te eisen die noodzakelijk zijn om het goed in overeenstemming te brengen met de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid.
In afwachting van de uitvoering van de werken kan de rechter een vermindering van de huurprijs toestaan.
Opgelet ! De nieuwe bepalingen gelden uitdrukkelijk voor de huurovereenkomsten die gesloten of vernieuwd worden vanaf 31 mei 1997.
Dus, zeker de woningen die het voorwerp zijn van een huurovereenkomst gesloten of vernieuwd vanaf 31 mei 1997 moeten minstens aan deze concreet omschreven vereisten beantwoorden.

4. De plaatsbeschrijving

De plaatsbeschrijving bij binnenkomst is een document met een gedetailleerde beschrijving van de staat waarin de woning zich bevindt bij binnenkomst van de huurder in het goed.
a. Door wie wordt de plaatsbeschrijving opgemaakt ?
De huurder en de verhuurder kunnen zelf een plaatsbeschrijving opmaken.
Ze mogen ook samen beslissen beroep te doen op een deskundige (landmeter expert in onroerende goederen, architect, ...).
In dit geval wordt het ereloon van de deskundige door beide partijen voor de helft gedragen.
Tenslotte is het ook mogelijk dat elk van de partijen vergezeld wordt door een deskundige naar keuze, die ze dan zelf betaalt.
Maar in alle gevallen, opdat een plaatsbeschrijving geldig zou zijn, moet deze:
• tegensprekelijk opgesteld worden, d.w.z. in aanwezigheid van huurder en verhuurder of hun vertegenwoordigers;
• gedateerd en ondertekend zijn door de huurder en verhuurder persoonlijk (een plaatsbeschrijving opgesteld door één der partijen of door een deskundige aangeduid door één der partijen kan altijd in vraag worden gesteld door de tegenpartij);
• gedetailleerd zijn, d.w.z. dat alles tot in de details vermeld wordt; een clausule in de aard van: "Het goed is in goede staat en goed onderhouden en beide partijen erkennen dit" kan niet meer als een plaatsbeschrijving worden beschouwd.
Indien één der partijen weigert over te gaan tot het opstellen van een plaatsbeschrijving of een bijvoegsel ervan, kan de tegenpartij eisen dat er één wordt opgesteld:
• hetzij alvorens het betrekken van het gehuurde goed door de huurder;
• hetzij als de duur van de overeenkomst één jaar of meer bedraagt gedurende de eerste maand van de bewoning;
• hetzij als de duur van de overeenkomst minder dan één jaar bedraagt, binnen de twee eerste weken van de bewoning.
Indien geen enkel gevolg wordt gegeven aan de vraag van de huurder of de verhuurder kan deze altijd beroep doen op de vrederechter om een deskundige aan te duiden voor het opstellen van de plaatsbeschrijving.
De aanvraag moet ingediend worden voor het einde van de eerste maand of van de twee eerste weken van de bewoning, naargelang de duur van de huurovereenkomst.

b. Wat gebeurt er indien er wijzigingen worden aangebracht aan het gehuurde goed na de plaatsbeschrijving ?
Indien een plaatsbeschrijving opgesteld werd bij het binnentreden, en in de loop van de overeenkomst belangrijke wijzigingen aangebracht worden aan het gehuurde goed, kan een bijvoegsel bij de plaatsbeschrijving worden opgemaakt.
Bij overeenkomst tussen de partijen kan het bijvoegsel, zoals de plaatsbeschrijving, in overleg door de partijen worden opgesteld.
Indien er geen overeenstemming is, gebeurt dit door een deskundige, aangesteld door de rechter.
Dezelfde regels zijn van toepassing, behalve natuurlijk voor wat betreft de termijnen.

c. Wat gebeurt er bij het einde van de huurovereenkomst ?
• Indien geen gedetailleerde plaatsbeschrijving werd opgemaakt wordt de huurder verondersteld het gehuurde goed ontvangen te hebben in dezelfde staat als waarin het zich bevindt op het einde van de huurovereenkomst.
Anders gezegd, is de huurder niet verantwoordelijk voor mogelijke schade, tenzij de verhuurder kan bewijzen dat schade werd veroorzaakt door de huurder, een familielid of de onderhuurder; in deze gevallen moet de huurder de herstellingskosten betalen.
• Indien er een gedetailleerde plaatsbeschrijving werd opgemaakt: de huurder moet het goed teruggeven in de staat waarin hij het volgens die plaatsbeschrijving ontvangen heeft.
Anders gezegd, indien het om schade gaat die niet in de beschrijving werd vermeld moet de huurder deze herstellen MET UITZONDERING van schade ingevolge ouderdom of overmacht of door het normale gebruik van het gehuurde goed.

5. De waarborg

De meeste overeenkomsten bepalen dat de huurder een huurwaarborg geeft.
Deze wordt niet opgelegd bij wet.
Zij is dus niet verplichtend behalve indien de overeenkomst het voorziet.
De waarborg beschermt de verhuurder in geval de huurder gedeeltelijk of geheel in zijn plichten te kort schiet.
De wet legt ook geen specifieke vorm op voor de huurwaarborg.
Deze kan bestaan uit:
• een som geld, die mits akkoord van de eigenaar in schijven kan worden betaald;
• effecten (bijvoorbeeld obligaties, kasbons) aan de verhuurder overgemaakt of bij een bank, spaarkas, enz.
• een bankwaarborg: in dat geval wordt geen enkele som neergelegd maar een bank staat borg voor zijn klant tot een vastgelegde som.
Alleen indien de huurwaarborg bestaat uit een som geld voorziet de wet verplichtende regels.
a. 1ste regel (slechts van toepassing op de overeenkomsten gesloten na 28 februari 1991):
De waarborg mag 3 maand huur niet overtreffen.
Voorbeeld De huurprijs bedraagt 10.000 frank per maand, de lasten bedragen 2.000 frank per maand; de waarborg mag 30.000 frank niet overtreffen.
b. 2de regel (van toepassing op alle overeenkomsten gesloten na 1 januari 1984):
De overeenkomst mag niet eisen dat de waarborg door de huurder moet worden overgemaakt aan de verhuurder.
De waarborg moet verplichtend bij een financiële instelling worden geplaatst, op een geblokkeerde rekening, op naam van de huurder.
Wanneer de verhuurder (die in het bezit is van de waarborg) nalaat dit te doen, dan is hij aan de huurder de gemiddelde marktrente op de waarborgsom verschuldigd.
Wanneer de verhuurder in gebreke blijft, zelfs na een aanmaning van de huurder, dan is hij de wettelijke interest (7 %) op het bedrag van de waarborg verschuldigd.
Deze sanctie geldt reeds voor de huurovereenkomsten die lopen op 31 mei 1997 (maar gesloten zijn na 1 januari 1984) en waarbij de waarborg nog niet bij een financiële instelling werd geplaatst.
De interesten worden gekapitaliseerd, d.w.z. de huurder mag deze niet periodisch opeisen maar hij blijft de rechthebbende.
Bij het einde van de huurovereenkomst, worden de waarborg en de interesten overgemaakt aan de huurder voor zover hij al zijn verplichtingen nakwam.
De financiële instelling mag de waarborg slechts terugbetalen op voorlegging van:
• een schriftelijk akkoord van de huurder en de verhuurder opgemaakt na het beëindigen van de huurovereenkomst; dit akkoord mag een brief zijn of een speciaal formulier, te verkrijgen bij de bankinstelling en het moet ondertekend zijn door beide partijen;
• hetzij een afschrift van een rechterlijke beslissing.
Opgelet!
1. Beide regels zijn verplichtend, d.w.z. ze zijn toepasselijk zelfs indien het contract het tegenovergestelde voorziet.
2. Hetzelfde contract kan niet tegelijk een waarborg onder de vorm van een geldsom EN een andere waarborg voorzien. Men moet een keuze maken.



terug naar de home page

notariskantoor Van Damme
Residentie "Groenhove"
Gistelse Steenweg 138 bus F/1

8200 Brugge (Sint-Andries) België
Tel. +32 50 38.11.11 en +32 50 40.40.40
Fax +32 50 38.57.77 en + 32 50 40.40.20
E-mail: vandamme@notare.be URL: http://www.notare.be
Laatst bijgewerkt op 18 mei 2000