De handelshuur

  1. Toepassingsgebied
  2. Duur
  3. Herziening huurprijs
  4. Recht van de huurder om het gehuurde goed geschikt te maken voor zijn bedrijf
  5. Huuroverdracht en onderhuur
  6. Overdracht van het gehuurde goed
  7. Huurhernieuwing
  8. De voornaamste uitzettingsvergoedingen
  9. Vervroegde beëindiging van de huur


1. Toepassingsgebied

Onder deze wet valt de huur van onroerende goederen of gedeelten ervan die,
hetzij uitdrukkelijk of stilzwijgend vanaf de ingebruikneming door de huurder,
hetzij krachtens een uitdrukkelijke overeenkomst tussen partijen in de loop van de huurperiode
door de huurder of door een onderhuurder
in hoofdzaak gebruikt worden voor het drijven van een kleinhandel of voor het bedrijf van een ambachtsman die rechtstreeks in contact staat met het publiek.

1.1 Bepaling van de bestemming

1.1.1 Zowel mondelinge als schriftelijke overeenkomsten kunnen onder toepassing van de handeshuurwet vallen.
1.1.2 Bij ingebruikneming door de huurder: om bewijsproblemen of discussies uit de weg te gaan is het aangewezen een schriftelijke overeenkomst op te stellen, waarin de handelsbestemming ondubbelzinnig vermeld wordt.
Bij gebrek aan vermelding (of ingeval van mondelinge overeenkomst) mag de huurder steeds het stilzwijgend akkoord van de handelshuur bewijzen met alle rechtsmiddelen.
1.1.3 Gedurende de huurperiode: in dat geval is de uitdrukkelijke toestemming van de verhuurder noodzakelijk; louter gedogen volstaat niet!
Sanctie: de verhuurder kan de huurverbreking vorderen.

1.2 Uitsluitend of hoofdkarakter

De handels- of ambachtelijke bedrijvigheid moet de voornaamste functie zijn; uiteraard is dit vaak een feitenkwestie.

2. Duur

Minimum 9 jaar; korter mag niet, langer mag wel (in dit geval zal de overeenkomst bij notariële akte opgemaakt worden en overgeschreven op het bevoegd hypotheekkantoor).

3. Herziening huurprijs

Bij het verstrijken van elke driejarige periode hebben partijen het recht aan de vrederechter herziening van de huurprijs te vragen, mits zij bewijzen dat de normale huurwaarde van het gehuurde goed ten gevolge van nieuwe omstandigheden ten minste 15% hoger of lager is dan de huurprijs die in de huurovereenkomst is bepaald of bij de laatste herziening is vastgesteld.

3.1 Nieuwe omstandigheden

Deze moeten onafhankelijk zijn van de wil van huurder of verhuurder (bij wijze van voorbeeld: verhoging herstellingslasten goed, wijziging waarde goed, wijziging handelswaarde omgeving; niet: rendement of stijging algemeen prijzenniveau).

3.2 Permanent karakter van de "nieuwe omstandigheden"

M.a.w.: de nieuwe omstandigheden moeten hun invloed hebben over de ganse driejarige periode.
Bijvoorbeeld: een gevraagde huurverlaging met als argument dat belangrijke werken aan de straat werden uitgevoerd, werd afgewezen omdat der verzoeker nergens bewees dat die werken zich over de ganse duur van de driejarige periode uitstrekten.

3.3 Verschil van 15%

Als basis dient niet de contractueel overeengekomen basishuurprijs, maar wel de volgens de index aangepaste huur.

3.4 Normale huurwaarde

De prijs die normaal op het tijdstip van herziening kan gevraagd worden, rekening houdend met de algemene economische toestand.

3.5 Termijnen

Aan te vragen gedurende de drie maanden voor het einde van de lopende driejarige periode, per gerechtsdeurwaardersexploot binnen de 30 dagen van het proces-verbaal van niet verzoening voor de bevoegde vrederechter.

3.6 Afwijkende clausules

zijn toelaatbaar, voor zover zij het recht op herziening niet ontnemen aan een of beide partijen.

4. Recht van de huurder om het gehuurde goed geschikt te maken voor zijn bedrijf

4.1 Dienstig voor de onderneming:

de verbouwing, die alleen de handelslokalen mag betreffen, moet niet "noodzakelijk" zijn; het is voldoende dat ze "nuttig" is.

4.2 Op voorwaarde

dat de veiligheid, stabiliteit en esthetische waarde van het gebouw gegarandeerd blijven.

4.3 Kosten verbouwing:

maximum 3 jaar huur.

4.4 Voorafgaande kennisgeving aan de verhuurder

4.5 Bestemming van de uitgevoerde werken bij het einde van de huur

4.5.1 Partijen kunnen vrij de bestemming van de werken contractueel bepalen.

4.5.2 Hebben zij daaromtrent niets bepaald, dan zijn er twee mogelijkheden:

4.5.2.1 verbouwingen met toelating uitgevoerd:

4.5.2.2 verbouwingen zonder toelating uitgevoerd:

5. Huuroverdracht en onderhuur

In tegenstelling met het gemene recht waar huuroverdracht of onderverhuur door een geschreven verbodsbepaling kunnen verhinderd worden, is huuroverdracht of onderverhuur in de handelshuurwetgeving in bepaalde gevallen wel mogelijk, ondanks eventueel geschreven verbodsbepaling.

5.1 Er bestaat een verbodsbepaling

5.1.1 Grondvoorwaarden (waaraan samen moet voldaan zijn):

  • de huuroverdracht of onderverhuur moet samengaan met de overdracht of de onderverhuring van het handelsfonds;
  • de huuroverdracht of onderverhuring moeten op de gezamenlijke rechten van de huurder slaan.

5.1.2 Registratie

van de contracten van huuroverdracht of onderverhuur is essentieel opdat ze aan derden tegenstelbaar zouden zijn.

5.1.3 "Samen met de overdracht of de onderverhuring van het handelsfonds"

Basisidee:
de persoon die de handelshuur overneemt, c.q. de onderhuurder moet ook het handelsfonds overnemen of (onder)huren.
Indien het niet om dezelfde persoon gaat heeft de verbodsclausule (zie 1 ste paragraaf) wel uitwerking.

Voorbeeld 1:
A is eigenaar en verhuurt aan B, die eigenaar is van het handelsfonds.
B draagt zijn handelshuur over aan C; welnu B dient dan ook aan C zijn handelsfonds over te dragen of onder te verhuren.

Voorbeeld 2:
A is eigenaar en verhuurt aan B die zelf het handelsfonds huurt van X.
B onderverhuurt het gebouw aan C en dient dus ook aan C zijn handelsfonds over te dragen of onder te verhuren.

Voorbeeld 3:
A is eigenaar en verhuurt aan B, die eigenaar is van het handelsfonds.
B wil zijn handelsfonds overdragen aan Z en zijn handelshuur aan C.
Dit is niet toegestaan: de verbodsclausule is wel toepasselijk omdat Z en C verschillende personen zijn, m.a.w. B mag niet onderverhuren.

5.1.4 "Gezamenlijke rechten van de hoofdhuurder"

Dit betekent dat een gedeeltelijke afstand (bijvoorbeeld van slechts enkele lokalen in het huis) niet mogelijk is en dat de bestaande handelsbedrijvigheid moet voorgezet worden.

5.1.5 Bewoning

Wanneer de verhuurder, zijn afstammelingen of ascendenten een gedeelte van het goed bewonen blijft de verbodsclausule van kracht.

5.1.6 Vormvereisten:

de verhuurder dient voorafgaandelijk, op basis van een hem voor te leggen ontwerp van overeenkomst, ingelicht te worden en hij heeft de mogelijkheid om zich tegen de voorgenomen huuroverdracht of onderverhuur te verzetten op grond van bepaalde redenen.

5.1.7 Gevolgen

5.1.7.1 Bij huuroverdracht:

de overnemer wordt rechtstreeks huurder van de verhuurder en is hoofdelijk aansprakelijk samen met de overlater, t.o.v. de verhuurder (onder voorbehoud van contractuele afwijkingen).

5.1.7.2 Bij onderverhuring:

de onderhuurder wordt slechts in twee gevallen rechtstreeks huurder van de verhuurder, nl.

  • wanneer deze onderhuur samengaat met de overdracht van de handelszaak;
  • indien de hoofdhuur door verantwoordelijkheid, op initiatief of met instemming van de hoofdhuurder een einde neemt voor het einde van de huurtijd (d.i. de situatie waar oorspronkelijk de hoofdhuurder het goed in onderhuur heeft gegeven samen met de verhuring van de handelszaak).

5.2 Er bestaat geen verbodsbepaling

Enige voorwaarde: uitoefening van een gelijkaardige handel

6. Overdracht van het gehuurde goed

We beperken ons tot de bespreking van de toestand van een klassieke handelshuur van negen jaar bij verkoop of schenking van het verhuurde onroerend goed.
Twee situaties dienen onderscheiden te worden:

6.1 Er bestaat geen beding

  1. Het contract heeft een vaste datum vóór de verkoop/schenking: de verkrijger moet de nog lopende duur van de handelshuur eerbiedigen.
  2.  
  3. Het contract heeft geen vaste datum vóór verkoop/schenking en de notariële akte voorziet niet de verplichting voor de verkrijger het huurcontract na te leven:
    • de huurder betrekt het goed minder dan zes maanden: hij kan uitgezet worden tenzij eerbiedigingsbeding in de koopovereenkomst
    • de huurder betrekt het goed reeds minstens zes maanden: de nieuwe eigenaar kan binnen 3 maanden na verkrijging een vooropzeg geven aan de huurder mits opgave van de reden:
      • persoonlijk gebruik
      • ander bestemming die elke handelsonderneming uitsluit
      • wederopbouw waarvan de kostprijs minstens 3 jaar huur bedraagt en
      • grove tekortkomingen van de huurder.

6.2 Er bestaat een beding

De nieuwe eigenaar dient een vooropzeg van 1 jaar te geven binnen de 3 maanden na de verkrijging van het goed.

7. Huurhernieuwing

7.1 Wie heeft dit recht?

Huurder en onderhuurder.

7.2 Doel:

dezelfde handel drijven (strikte interpretatie)

7.3 Duur:

- telkens 9 jaar (afwijkingen mogelijk) - max drie hernieuwingen Een periode = min: 9 jaar (geen maximum). - Na drie verstreken hernieuwingen kan de verhuurder de huurder verplichten het pand te ontruimen. Laat de verhuurder de huurder in het goed, dan wordt dit beschouwd als een bezetting zonder geschreven overeenkomst, een mondelinge huur door het gemene recht beheerst (opzegging vgl. plaatselijke gewoonten, geen uitzettingsvergoeding voor huurder en geen motivatie voor opzegging nodig voor verhuurder)

7.4 Mechanisme, vorm, procedure

Hiervoor wordt verwezen naar de tekst van art. 14 van de handelshuurwet.
Termijn: ten vroegste 18 maanden en ten laatste 15 maanden voor het einde van de huur.
Enkele opmerkingen
a) Indien de aanvraag te vroeg wordt ingediend (bv. de 19e maand voor het einde van de huur) is deze ongeldig; de huurder kan wel een nieuwe aanvraag binnen de wettelijke termijn indienen.
b) Als de aanvraag niet binnen de termijn gebeurde vervalt het recht op hernieuwing.
c) Let op de door de wet opgesomde verplichte vermeldingen op te nemen in de aanvraag.
d) Wat met de verhuurder?

Eventueel zullen er vergoedingen verschuldigd zijn.

7.5 Aanbod van een hogere huurprijs door een derde

Volledigheidshalve vermelden we hier de mogelijkheid dat de verhuurder de huurhernieuwing weigert omdat een derde aanbiedt een hogere huurprijs te betalen.
Het principe, vervat in art. 21 van de handelshuurwet, komt neer op het volgende:

7.6 Onderhuurder:

twee mogelijke situaties:

  1. hij wordt rechtstreeks huurder van de verhuurder
  2. hij behoudt zijn hoedanigheid van onderhuurder
    • Ingeval de onderhuurder rechtstreekse huurder is tengevolge van onderhuur samen met de overname van het handelsfonds moet hij de huurhernieuwing vragen aan de verhuurder.
    • Ingeval de onderhuurder geen rechtstreekse huurder is van de verhuurder zal hij de huurhernieuwing vragen aan de hoofdhuurder, in de vorm en binnen de termijnen door de wet voorzien; hij doet er goed aan dezelfde dag aan de verhuurder aanzegging te betekenen van zijn aanvraag.

8. De voornaamste uitzettingsvergoedingen

Deze worden geregeld in artikels 25 tot en met 28 van de handelshuurwet.
Artikel 25 Indien de huurder regelmatig zijn wil heeft te kennen gegeven om van zijn recht op hernieuwing gebruik te maken en het hem is geweigerd, heeft hij in de hierna bepaalde gevallen recht op een vergoeding, die, behoudens akkoord van partijen, gesloten na het ingaan van dat recht, forfaitair bepaald wordt als volgt: 1 De vergoeding is gelijk aan één jaar huur, wanneer de verhuurder verlangt het goed te bestemmen voor een ander gebruik dan voor handel, bij toepassing van artikel 16,2 , of het weder op te bouwen, overeenkomstig artikel 16,3. In dit laatste geval is evenwel geen vergoeding verschuldigd, wanneer het goed moet worden afgebroken of wederopgebouwd wegens ouderdom, wegens overmacht of krachtens bepalingen van wetten of verordeningen; 2 De vergoeding is gelijk aan twee jaar huur, wanneer de verhuurder of één van de in artikel 16 par I,

9. Vervroegde beëindiging van de huur

Opzegging door de huurder

Opzegging door de verhuurder

Beëindiging door onderlinge toestemming

Indien de huurder geen huurhernieuwing heeft gevraagd en hij na het einde van de huur in het bezit van het gehuurde goed wordt gelaten, dan ontstaat een huur van onbepaalde duur



terug naar de home page

notariskantoor Van Damme
Residentie "Groenhove"
Gistelse Steenweg 138 bus F/1

8200 Brugge (Sint-Andries) België
Tel. +32 50 38.11.11 en +32 50 40.40.40
Fax +32 50 38.57.77 en + 32 50 40.40.20
E-mail: vandamme@notare.be URL: http://www.notare.be
Laatst bijgewerkt op 18 mei 2000